Contactez nous
Table des matières

De belangrijkste aanpassingen van het nieuwe Strafwetboek uitgelegd

Recent werd de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek uitgesteld van 8 april 2026 naar 1 september 2026. Dit nieuwe wetboek hervormt het Belgische strafrecht grondig, dat tot nu toe grotendeels gebaseerd was op het Strafwetboek van 1867.

Accuraat, coherent en eenvoudig zijn de drie uitgangspunten van deze hervorming. Daarnaast moet het nieuwe strafrecht ook de huidige normen en waarden weerspiegelen. Onderstaande aanpassingen geven daar vorm aan.

In het kort

  • Nieuwe inwerkingtreding: 1 september 2026 (uitgesteld vanaf 8 april 2026)
  • Drie uitgangspunten van de hervorming: accuraat, coherent en eenvoudig
  • Vervangt het Strafwetboek van 1867 door een grondig hernieuwd kader

Afschaffing van de tripartite indeling en invoering van strafniveaus

De klassieke indeling van misdrijven in misdaden, wanbedrijven en overtredingen verdwijnt. Voortaan spreekt men enkel nog van misdrijven, zonder indeling naar aard. In de plaats komt een systeem van acht strafniveaus, van niveau één tot en met niveau acht. Elk niveau bepaalt de zwaarte van het misdrijf en de bijbehorende minimum- en maximumstraf. De correctionele straffen vallen onder de niveaus één tot en met zes, terwijl de criminele straffen, waaronder de levenslange gevangenisstraf, worden ondergebracht in de niveaus zeven en acht.

Opmerkelijk is dat voor feiten van niveau één, zoals smaad en laster, geen gevangenisstraf meer wordt voorzien.

Afschaffing van de correctionalisering

Het systeem van correctionalisering wordt afgeschaft. Dit betekent dat verzachtende omstandigheden, zoals een blanco strafblad, geen denatuerende werking meer hebben. Ze kunnen nog wel door de rechter in aanmerking worden genomen bij de straftoemeting.

Invoering van het verzwarend bestanddeel

Een misdrijf kan in het nieuwe Strafwetboek een verzwarend bestanddeel krijgen, waardoor het een verzwaard misdrijf wordt. Dit bestaat uit het basismisdrijf aangevuld met een verzwarende omstandigheid. Dit geldt onder andere voor geweld tegen personen met een maatschappelijke functie, intrafamiliaal geweld en terrorisme.

Omschrijving van de constitutieve bestanddelen van een misdrijf

Het nieuwe Strafwetboek omschrijft algemeen wat de constitutieve bestanddelen van een misdrijf zijn en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Er is slechts sprake van een misdrijf indien zowel het materieel als het moreel bestanddeel aanwezig is.

Nieuw is de toevoeging van een derde bestaansvoorwaarde: de wederrechtelijkheid. Indien beide bestanddelen aanwezig zijn, wordt de gedraging geacht wederrechtelijk te zijn. Bij diverse misdrijven, zoals vrijheidsberoving (artikel 219 Sw. 2024), vormt de wederrechtelijkheid bovendien een uitdrukkelijk bestanddeel, wat in de praktijk voor interpretatiemoeilijkheden kan zorgen.

Nieuwe regels inzake poging

In het oude Strafwetboek waren de regels over poging gekoppeld aan het onderscheid tussen misdaden, wanbedrijven en overtredingen. Aangezien dit onderscheid verdwijnt, wijzigen ook de pogingsregels.

Het strafbare karakter van de poging wordt voortaan gekoppeld aan het moreel bestanddeel van het misdrijf: alle opzettelijke misdrijven zijn strafbaar in geval van poging. Concreet betekent dit dat de poging bij een aantal huidige wanbedrijven strafbaar wordt, waar dat nu nog niet het geval is. Een voorbeeld hiervan is misbruik van vertrouwen.

Afschaffing van het onderscheid tussen daders en medeplichtigen

Het onderscheid tussen (mede)daders en medeplichtigen verdwijnt. Medeplichtigen mogen niet langer als louter randfiguren worden beschouwd, aangezien ook zij een volwaardig aandeel hebben in de voltooiing van het misdrijf.

Het nieuwe Strafwetboek maakt wel een onderscheid tussen daders en deelnemers, waarbij beide begrippen uitdrukkelijk worden gedefinieerd.

Schrapping van bepaalde strafbaarstellingen

Bepaalde strafbaarstellingen uit het oude Strafwetboek zijn niet overgenomen en worden geschrapt. Zo verdwijnt bijvoorbeeld nachtgerucht als afzonderlijke strafbaarstelling. Andere strafbaarstellingen worden vervangen of ondergebracht onder een andere noemer. Kindermoord verdwijnt als aparte categorie en valt voortaan onder intrafamiliale doodslag. Vergiftiging is evenmin een afzonderlijke strafbaarstelling meer, maar wordt beschouwd als een vorm van moord.

Nieuwe strafbaarstellingen

Het nieuwe Strafwetboek introduceert ook een aantal nieuwe strafbaarstellingen. Zo worden ecocide en het aanzetten tot zelfdoding voor het eerst uitdrukkelijk strafbaar gesteld. Daarnaast zijn ook praktijken zoals het verspreiden van pedohandleidingen voortaan strafbaar.

Uitbreiding van het straffenarsenaal

Een nieuwe straf is de verlengde opvolging. In ernstige gevallen wordt daarmee vereist dat de veroordeelde na het uitzitten van zijn vrijheidsstraf gedurende een bepaalde periode aan voorwaarden voldoet. Het doel is de onderliggende problematiek bij de dader aan te pakken.

Daarnaast krijgt de rechter de mogelijkheid om een bijkomende geldstraf op te leggen die is afgestemd op het financiële gewin van de dader. Anders dan bij een gewone geldboete is de rechter hier niet gebonden aan wettelijke minima of maxima: hij kijkt naar het concrete bedrag dat de dader heeft verdiend of beoogde te verdienen met het misdrijf.

Andere nieuwe of vernieuwde straffen zijn onder meer het beroepsverbod, het verblijf-, plaats- of contactverbod en het verval van het recht tot sturen.

Gevangenisstraf als uiterste maatregel

Het nieuwe Strafwetboek verankert het principe dat een gevangenisstraf slechts kan worden opgelegd indien de doelstellingen van de straf niet kunnen worden bereikt met een andere wettelijk voorziene straf, zoals een geldboete, een werkstraf of een probatiestraf. De gevangenisstraf wordt daarmee uitdrukkelijk het ultimum remedium.

Toepasselijkheid van de wet: verbod op retroactiviteit

Het nieuwe Strafwetboek treedt in werking op 1 september 2026. Dit roept de vraag op welke strafrechtelijke bepalingen wanneer van toepassing zijn.

In principe geldt het verbod op terugwerkende kracht: de regels die van toepassing waren op het moment waarop de feiten werden gepleegd, blijven gelden.

Uitzondering: de mildste strafwet geldt retroactief

Op dit principe bestaat een belangrijke uitzondering. De mildste strafwet wordt wel retroactief toegepast. Dit betekent dat steeds moet worden nagegaan of de gedraging vanaf 1 september 2026 nog strafbaar is en, indien dat het geval is, of de voorziene straf milder of zwaarder is dan voorheen. Indien een gedraging vóór die datum strafbaar was maar nadien niet langer, geldt de nieuwe wet ten voordele van de betrokkene.

“De mildste strafwet geldt retroactief: is een gedraging vanaf 1 september 2026 niet langer strafbaar, of voorziet de nieuwe wet een mildere straf, dan geldt die regeling ook voor feiten van vóór die datum.”

Praktische voorbeelden

Voorbeeld 1

Persoon X stelt op 3 december 2025 een gedraging die strafbaar is onder het oude Strafwetboek. Hij wordt gedagvaard om op 13 september 2026 te verschijnen voor de correctionele rechtbank. Na analyse van het nieuwe Strafwetboek blijkt dat deze gedraging niet langer strafbaar is. Op grond van het beginsel van de retroactieve toepassing van de mildere strafwet moet de nieuwe wet worden toegepast. Persoon X kan bijgevolg in principe niet langer worden veroordeeld door de correctionele rechter.

Voorbeeld 2

Persoon X stelt op 3 december 2025 een gedraging die strafbaar is onder het oude Strafwetboek. Onder dat wetboek is een werkstraf voor zijn gedraging niet mogelijk. Hij wordt gedagvaard om op 13 september 2026 te verschijnen voor de correctionele rechtbank. Na analyse van het nieuwe Strafwetboek blijkt dat een werkstraf voor zijn gedraging wel mogelijk is. Ook hier is de mildste strafwet van toepassing, wat betekent dat de correctionele rechter wel degelijk een werkstraf kan uitspreken.

Lire aussi