In het kort
- Sinds 1 september 2026 is aanzetten tot zelfdoding een apart misdrijf in het nieuwe Strafwetboek (artikel 109).
- Strafbaar is enkel een opzettelijke handeling die effectief tot een zelfdoding of een poging leidt.
- Algemene informatie over zelfdoding verspreiden valt hier niet onder.
- De straf is niveau 2, en stijgt naar niveau 3 bij een minderjarig of kwetsbaar slachtoffer.
Sinds 1 september 2026 is in België een volledig nieuw Strafwetboek van kracht. Een van de nieuwe misdrijven is de aanzetting tot zelfdoding. Wie een andere persoon opzettelijk aanzet om zichzelf van het leven te beroven, kan voortaan strafrechtelijk worden vervolgd wanneer daarop daadwerkelijk een zelfdoding of een poging tot zelfdoding volgt.
Onder het oude Strafwetboek bestond hiervoor geen afzonderlijk misdrijf. Afhankelijk van de omstandigheden moest worden teruggevallen op andere strafbaarstellingen, zoals belaging of schuldig verzuim. Met artikel 109 van het nieuwe Strafwetboek heeft de wetgever daar verandering in gebracht.
Wat is aanzetting tot zelfdoding?
Artikel 109 omschrijft aanzetting tot zelfdoding als het opzettelijk stellen van een handeling die van aard is om een persoon ertoe te brengen zichzelf van het leven te beroven. Het misdrijf is bovendien slechts strafbaar indien de aanzetting een zelfdoding of een poging tot zelfdoding tot gevolg heeft.
Niet iedere kwetsende, harde of ongepaste uitspraak is dus automatisch strafbaar. Om van aanzetting tot zelfdoding te kunnen spreken, moeten verschillende bestanddelen aanwezig zijn. Er moet een handeling zijn: een louter niet-handelen volstaat niet. De aanzetting kan wel zowel psychisch als materieel zijn, bijvoorbeeld door herhaaldelijk op iemand in te praten, of door een middel ter beschikking te stellen. De handeling moet bovendien van aard zijn om de concrete persoon tot zelfdoding te brengen: de rechter kijkt daarbij ook naar de omstandigheden en de kwetsbaarheid van het slachtoffer. Er moet daadwerkelijk een zelfdoding of poging volgen: denkt het slachtoffer enkel aan zelfdoding zonder een uitvoeringshandeling te stellen, dan is artikel 109 niet van toepassing. En de dader moet opzettelijk handelen, wetens en willens, in de wetenschap dat de handeling van aard is om het slachtoffer tot zelfdoding aan te zetten.
Het openbaar ministerie zal deze bestanddelen moeten bewijzen. Zeker de precieze betekenis van berichten, gesprekken en gedragingen, en het verband met de daaropvolgende poging of zelfdoding, zullen in de praktijk vaak centraal staan.
Niet elke informatie over zelfdoding is strafbaar
De strafbaarstelling is gericht op het aanzetten van één of meer concrete personen. Het algemeen verspreiden van informatie over zelfdoding valt volgens de parlementaire voorbereiding op zichzelf niet onder artikel 109.
Ook moet een onderscheid worden gemaakt tussen aanzetten tot zelfdoding en hulp bij zelfdoding. Wanneer iemand zelf, op weloverwogen wijze, de beslissing tot zelfdoding heeft genomen en vervolgens om hulp verzoekt, is er niet noodzakelijk sprake van aanzetting. De wetgever heeft hulp bij zelfdoding niet als zodanig strafbaar gesteld in artikel 109. De concrete grens tussen hulp en aanzetting zal evenwel steeds aan de hand van de feiten moeten worden beoordeeld.
Welke straf staat op aanzetten tot zelfdoding?
De gewone aanzetting tot zelfdoding wordt bestraft met een straf van niveau 2. Kiest de rechter voor een gevangenisstraf, dan bedraagt deze zes maanden tot drie jaar. Daarnaast behoren onder meer elektronisch toezicht, een werkstraf en een probatiestraf tot de mogelijke straffen van niveau 2.
Artikel 110 voorziet in een verzwaarde aanzetting tot zelfdoding. De straf stijgt naar niveau 3 wanneer het slachtoffer minderjarig is of zich in een kwetsbare toestand bevindt, wanneer de feiten vanuit een discriminerende drijfveer werden gepleegd, of wanneer de dader de partner of een bloedverwant in de rechte lijn van het slachtoffer is. Een straf van niveau 3 kan voor een natuurlijke persoon een gevangenisstraf van meer dan drie jaar tot vijf jaar inhouden. Artikel 111 bevat daarnaast nog verschillende verzwarende factoren waarmee de rechter bij de straftoemeting rekening moet houden.
Bewijs is doorslaggevend
Bij een verdenking van aanzetting tot zelfdoding zal het onderzoek vaak sterk steunen op berichtenverkeer, sociale media, telefoongegevens, getuigenverklaringen en de voorgeschiedenis tussen de betrokken personen. Een bericht mag daarbij niet geïsoleerd worden beoordeeld: de context, de relatie tussen de betrokkenen, de eventuele kwetsbaarheid van het slachtoffer en de gebeurtenissen die aan de poging of zelfdoding voorafgingen, kunnen van groot belang zijn.
Voor een verdachte is het dan ook essentieel dat wordt onderzocht of werkelijk aan alle wettelijke bestanddelen is voldaan, en of het vereiste verband tussen de verweten gedragingen en de poging of zelfdoding voldoende kan worden aangetoond.
Besluit
Met de invoering van artikel 109 heeft de wetgever aanzetting tot zelfdoding voor het eerst als een autonoom misdrijf strafbaar gesteld. De bepaling is ruim genoeg om zowel psychische als materiële vormen van beïnvloeding te omvatten, maar stelt tegelijk duidelijke voorwaarden aan de strafbaarheid: niet iedere kwetsende uitspraak of conflictueuze relatie volstaat.
Wie wordt verdacht van aanzetting tot zelfdoding doet er goed aan zich van bij het eerste verhoor juridisch te laten bijstaan. Ook voor slachtoffers van een poging tot zelfdoding en voor nabestaanden kunnen belangrijke strafrechtelijke en burgerrechtelijke vragen rijzen. Onze advocaten van het team strafrecht staan zowel verdachten, slachtoffers als nabestaanden bij tijdens het strafonderzoek en de procedure voor de rechtbank.
