Ondernemingen die werken met aannemers of onderaannemers voor werken in onroerende staat kennen waarschijnlijk al de inhoudingsplicht bij sociale en fiscale schulden. Vanaf 30 oktober 2026 komt daar, na meermaals uitstel, een extra controle bij. De wetgever breidt het systeem uit naar bepaalde schulden binnen het sociaal statuut van de zelfstandigen. Voor bouwbedrijven, ontwikkelaars, syndici en professionele opdrachtgevers is het belangrijk om hun betalingsprocedures tijdig aan te passen.
In het kort
- Vanaf 30 oktober 2026 controleert u vóór elke betaling aan een aannemer ook RSVZ-schulden, naast fiscale en RSZ-schulden.
- Een inhoudingsplicht ontstaat pas bij RSVZ-schulden boven € 2.647 (2026). U houdt dan 15% van het factuurbedrag exclusief btw in.
- De regeling geldt in de hele keten: van opdrachtgever tot hoofdaannemer en onderaannemer.
- Wie niet inhoudt, riskeert een administratieve geldboete tot € 10.578,23. Contracten aanpassen is niet verplicht, maar wel verstandig.
Wie valt onder de regeling?
Met “werken in onroerende staat” worden werken aan gebouwen en gronden bedoeld: bouwen, verbouwen, afbreken, herstellen of installeren, maar ook bepaalde schoonmaakwerken. Niet de sector van de opdrachtgever is doorslaggevend, maar de aard van de werken. Een IT-bedrijf dat zijn kantoor laat verbouwen of zijn gebouw laat schoonmaken, valt dus evengoed onder de regeling. Particulieren die werken uitsluitend voor privédoeleinden laten uitvoeren, zijn uitgesloten.
Wat verandert er precies aan de inhoudingsplicht voor aannemers?
De uitbreiding creëert geen volledig nieuwe inhoudingsplicht. Het bestaande controlesysteem wordt aangevuld met een extra RSVZ-luik.
Vandaag controleert u vóór betaling of uw medecontractant fiscale schulden of RSZ-schulden heeft. Vanaf 30 oktober 2026 moet ook worden nagegaan of er sociale schulden bestaan binnen het sociaal statuut van de zelfstandigen: niet alleen achterstallige sociale bijdragen, maar bijvoorbeeld ook de vennootschapsbijdrage, administratieve geldboetes en bijdragen waarvoor een vennootschap hoofdelijk instaat voor haar vennoten. Een vennootschap kan dus inhoudingsplichtig worden door de schulden van haar zaakvoerder.
Een inhoudingsplicht ontstaat pas wanneer die schulden hoger zijn dan € 2.647 (2026). Schulden onder een correct nageleefd afbetalingsplan of schulden die voor de rechtbank worden betwist, tellen niet mee.
Wanneer de controle een inhouding voorschrijft, moet in principe 15% van het factuurbedrag exclusief btw worden ingehouden en doorgestort. Volg daarbij de instructies van Check Inhoudingsplicht voor het rekeningnummer en de gestructureerde mededeling. Samen met een eventuele RSZ- of fiscale inhouding bedraagt de inhouding nooit meer dan 50% van het factuurbedrag.
Geldt dit ook voor onderaannemers?
Ja. De regeling sluit aan bij de bestaande aannemingsketen uit artikel 30bis. Daardoor kan de verplichting spelen:
- tussen opdrachtgever en aannemer;
- tussen hoofdaannemer en onderaannemer;
- tussen onderaannemer en een volgende onderaannemer.
Een onderaannemer die zelf een andere onderaannemer inschakelt, wordt voor die betaling als aannemer beschouwd en moet dezelfde controle uitvoeren.
Is dit een wijziging van artikel 30bis?
Niet volledig. Een belangrijke juridische nuance is dat de nieuwe regeling geen uitbreiding van artikel 30bis zelf vormt. De RSVZ-inhoudingsplicht werd ingevoerd via het sociaal statuut van de zelfstandigen (artikel 15/1 KB nr. 38 van 27 juli 1967, ingevoerd door de programmawet van 22 december 2023).
In de praktijk verandert echter weinig aan de werkwijze. Ondernemingen blijven gebruikmaken van dezelfde controleomgeving en dezelfde controlelogica als bij de bestaande inhoudingsplicht. Voor de gebruiker voelt het daarom aan als een uitbreiding van het bestaande systeem, ook al berust het juridisch op een afzonderlijke wettelijke basis.
Gevolgen voor uw betalingsprocedure
Veel ondernemingen zullen hun interne workflow moeten aanpassen. Controleer voortaan vóór iedere betaling, ook bij deelfacturen, of er een inhoudingsplicht geldt voor:
- fiscale schulden;
- RSZ-schulden;
- RSVZ-schulden.
Eén raadpleging van checkinhoudingsplicht.be volstaat: daar ziet u in één keer of en hoeveel u moet inhouden. Bewaar het resultaat van die controle samen met de factuur en het betalingsbewijs. De beoordeling gebeurt immers op het moment van betaling, niet op het moment van contractsluiting.
Moeten contracten worden aangepast?
Dat is niet wettelijk verplicht, maar wel verstandig. Overweeg onder meer:
- een clausule die verwijst naar wettelijke inhoudingen;
- een bevestiging dat inhoudingen geen wanbetaling vormen;
- een meldingsplicht bij relevante sociale schulden, een afbetalingsplan of een gerechtelijke betwisting;
- aangepaste voorwaarden voor onderaannemers.
Zo vermijdt u discussies wanneer een factuur niet volledig wordt uitbetaald wegens een wettelijke inhouding. Een contractclausule kan de wettelijke inhoudingsplicht zelf wel niet uitsluiten.
Wat als u niet inhoudt?
Voor het RSVZ-luik riskeert u een administratieve geldboete gelijk aan het bedrag dat u had moeten inhouden, met een maximum van € 10.578,23 in 2026. Bij RSZ- en fiscale schulden zijn de gevolgen zwaarder: daar kunt u bovendien hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van uw medecontractant.
Decision
De uitbreiding van de inhoudingsplicht vanaf 30 oktober 2026 lijkt technisch, maar heeft concrete gevolgen voor de dagelijkse werking van bouwondernemingen en andere professionele opdrachtgevers. Niet alleen de controleprocedure, maar ook standaardcontracten en betalingsflows verdienen een update.
Laat uw aannemingscontracten en interne betaalprocedures tijdig nakijken, zodat u verrassingen, administratieve geldboetes, aansprakelijkheidsrisico’s en discussies met aannemers of onderaannemers vermijdt.
Beeld deels gegenereerd met AI
