Contacteer ons
Inhoudsopgave

Je borsten tonen in het openbaar: exhibitionisme, of toch niet?

Wat begon als een simpele burenruzie, eindigde in een rechtszaak over het seksueel misdrijf exhibitionisme. Een vrouw uit Dentergem die afgelopen zomer tijdens een ruzie met haar buurman triomfantelijk haar borsten toonde aan hem, zijn vrouw en een kennis, werd recent vrijgesproken. De rechter oordeelde dat borsten geen geslachtskenmerken zijn. Daarnaast stelde de rechter dat de handelingen van de vrouw geen seksuele daad vormden, aangezien zij haar borsten ontbloot zou hebben in de context van een provocatie, eerder dan vanuit een seksuele drijfveer.[1] Deze uitspraak werpt interessante vragen op over waar de grenzen van dit misdrijf precies liggen.

Wat is exhibitionisme volgens de Belgische wet?

Exhibitionisme omvat volgens de Belgische strafwet het opdringen aan andermans zicht van de eigen ontblote geslachtsdelen of van een seksuele daad op een openbare plaats of op een plaats die zichtbaar is voor het publiek. Uit deze definitie kunnen enkele materiële bestanddelen worden gefilterd waaraan moet zijn voldaan, vooraleer men van exhibitionisme kan spreken.

Welke geslachtsdelen vallen onder exhibitionisme?

In eerste instantie moet het gaan over het tonen van de eigen ontblote geslachtsdelen. Deze omvatten in het algemeen de primaire geslachtskenmerken: de penis van de man en de vagina en borsten van de vrouw. Vrouwelijke borsten hebben doorheen de jaren echter een evolutie richting straffeloosheid doorgemaakt, waaraan deze recente uitspraak tegemoetkomt. Zo worden monokini’s die niet-aanstootgevend zijn op het strand straffeloos geduld en maakt ook borstvoeding geven op een publieke plek geenszins exhibitionisme uit.[2]

Wat wordt beschouwd als een seksuele daad?

Daarnaast valt ook het opdringen van een seksuele daad onder het misdrijf exhibitionisme. Deze seksuele daad wordt niet gedefinieerd door de wetgever, waardoor de invulling ervan berust bij de rechter. In deze zaak wordt een seksuele daad geïnterpreteerd als een daad met een zekere seksuele bedoeling. De afwezigheid van deze bedoeling werd aangehaald als een van de redenen tot vrijspraak. Beklaagde had namelijk eerder het doel haar buurman te provoceren en te bewijzen dat de camera’s op de hoek van het terras werkten, dan dat zij met de handelingen een bepaald seksueel doel voor ogen had.

Wanneer is er sprake van ‘opdringen aan andermans zicht’?

Het opdringen aan andermans zicht vormt een derde materieel bestanddeel. Dit behelst het niet-consensuele aspect van de handelingen. Er is geen sprake van een misdrijf wanneer de aanwezige persoon die zicht krijgt op de geslachtsdelen op vrijwillige wijze aanwezig is en met de ontbloting instemt. Personen die zich ontbloten op een nudistenstrand of -camping kunnen aldus ontsnappen aan de strafbaarheid van exhibitionisme.

Wat is een openbare plaats in juridische zin?

Tot slot moeten de feiten gepleegd zijn op een openbare plaats of op een plaats die zichtbaar is voor het publiek. Dit bestanddeel duidt op de noodzaak van de mogelijke aanwezigheid van een derde die op onvrijwillige wijze de feiten heeft gezien of zou kunnen hebben gezien, zonder dat de feiten zich hierbij verplicht op een volledig openbare plek moeten hebben afgespeeld.

Rekening houdend met de huidige digitale evoluties verklaart de wetgever dat ook een virtuele ruimte, zoals bijvoorbeeld een Facebook Live-video of een openbaar toegankelijke chatgroep, een openbare plaats kan uitmaken. Het doorzenden van naaktbeelden via e-mail wordt echter niet gezien als exhibitionisme, vanwege het private karakter van e-mailcommunicatie. Dergelijke feiten kunnen wel worden vervolgd via het misdrijf belaging.[2]

Moet er een seksuele drijfveer zijn?

In het oorspronkelijke wetsontwerp inzake de hervorming van het Seksueel Strafrecht werd een specifiek oogmerk ‘om aan de eigen seksuele driften te voldoen’ vermeld.[2] Dit bijzonder opzet werd echter uit het uiteindelijke wetsartikel gelaten wegens een te zware bewijslast. Sommigen zijn van mening dat deze eigen seksuele drijfveer nog wel een inherent onderdeel vormt van het misdrijf exhibitionisme. Het zal dan ook die drijfveer zijn die de strafbaarheid van een gedraging als exhibitionisme bepaalt.[3]

Welke straffen zijn er voor exhibitionisme?

De strafmaat die kan worden opgelegd varieert naargelang de aard van de feiten en de specifieke context van het dossier. Voor het basismisdrijf, dus zonder verzwarende omstandigheden, bedraagt de strafmaat een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en een geldboete van zesentwintig tot vijfhonderd euro. Met het nieuwe Strafwetboek zal dit bestraft worden met een straf van niveau 1, wat als milder wordt beschouwd.

Wanneer er verzwarende omstandigheden zijn, zoals bijvoorbeeld het plegen van dit misdrijf in bijzijn van een minderjarige, verhoogt de strafmaat. In ieder geval kan een correcte verdediging ervoor zorgen dat de rechter kiest voor alternatieve straffen in plaats van een klassieke bestraffing.

Context en juridische analyse zijn cruciaal

De bovenstaande rechtspraak illustreert nogmaals dat de beoordeling van dergelijke feiten sterk afhangt van de concrete omstandigheden, de context waarin de feiten zich afspelen en – niet in het minst – de interpretatie van zowel de materiële als morele bestanddelen door de rechter. Wat op het eerste gezicht als strafbaar gedrag kan worden beschouwd, leidt daarom niet automatisch tot een veroordeling. Een zorgvuldige juridische analyse is dan ook cruciaal.

Bent u slachtoffer geworden van dit soort feiten en heeft u nood aan bijstand van een gespecialiseerd zedenadvocaat? Of wordt u uitgenodigd tot verhoor omtrent zulke feiten? Contacteer ons dan via info@bannister.be of op 03/369.28.00.

[1] GRUNEWALD M., ‘Vrouw uit Dentergem vrijgesproken voor tonen borsten aan buurman: “Borsten zijn geen geslachtsdelen”,’ VRT NWS 10 februari 2026, https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/02/10/vrouw-blote-borsten-vrijspraak/

[2] Parl. St. Kamer 2020-2021, nr. 55-2141/001, 67.

[3] Parl. St. Kamer 2020-2021, nr. 55-2141/001, 67.

[4] Parl. St. Kamer 2020-2021, nr. 55-2141/001, 66.

[5] DELBROUCK I., ‘Openbare Zedenschennis’, in X., Postal Memorialis. Lexicon Strafrecht, Strafvordering en Bijzondere wetten, Wolters Kluwer 2023, 120/15, https://jura.kluwer.be/secure/DocumentView.aspx?id=dn300137245&scrollid=dn300137245&NavSearchId=2344617&state=changed

Lees ook